Werken bij Zeeland refinery


Ontstaan en gebruik

Energie
De mens heeft energie in de vorm van voedsel nodig om te kunnen bewegen en denken. Energie betekent letterlijk: levende, werkende kracht. Net als mensen hebben ook machines energie nodig om te kunnen werken, deze energie komt uit elektriciteit en gas. Een stofzuiger werkt bijvoorbeeld op elektriciteit en werkt dus alleen als de stekker in het stopcontact zit. Alles waar we energie mee kunnen maken, noemen we energiebronnen en brandstoffen.

Fossiele brandstoffen
Fossiele brandstoffen zijn energiebronnen die miljoenen jaren geleden uit fossielen zijn ontstaan. Fossielen zijn versteende planten- en dierenresten die al heel erg lang onder de grond liggen. Doordat deze fossielen aan hoge druk en temperaturen zijn blootgesteld, zijn er kolen en gas ontstaan. Fossiele brandstoffen worden opgespoord door de mens, maar omdat de voorraden beperkt zijn zullen deze ooit een keer opraken.

Fossiele brandstoffen worden de laatste eeuwen enorm gebruikt, denk maar aan de verwarming van een huis, de benzine van auto's en elektriciteitscentrales. Omdat het duizenden jaren duurt voordat fossielen in gas, kolen en ruwe olie veranderen, hebben we de laatste eeuwen vele malen sneller opgemaakt dan aangevuld.

Steenkool
Steenkool ontstaat uit afgestorven materiaal uit moerassen en oerwouden. Naarmate een oerwoud of moeras groeit, ontstaan er lagen met dode takken en plantenresten, die steeds verder wegzakken in de bodem. Wanneer dit biologische materiaal gaat rotten, trekken zuurstof- en waterstofatomen weg uit het materiaal, maar de koolstofatomen blijven over. Door de vele lagen worden de koolstoffen samengeperst en ontstaat er druk, waardoor de temperatuur stijgt. Na duizenden jaren loopt de temperatuur zo hoog op dat er een soort oven ontstaat. Hierdoor verandert het biologisch materiaal in steenkool.

Aardolie en aardgas
Aardolie of ruwe olie noemen we ook wel petroleum, afkomstig van het Latijn petra oleum ofwel 'gesteente olie'. Aardolie zit diep in de bodem van oceanen of in de grond. Aardolie is, net als steenkool, ontstaan uit resten van biologisch materiaal. Door aardbevingen verdwenen deze resten onder de bodem en het aardoppervlak.

Vervolgens stapelen nieuwe gesteenten zich op de onderste laag, waardoor er een hoge druk ontstaat waarbij koolwaterstoffen worden gevormd. De druk vervormt het organische materiaal waardoor de temperatuur stijgt. Er ontstaat aardolie en aardgas.

Zonne-energie
Zonne-energie ontstaat uit het licht en de warmte van zonnestralen. De temperatuur in de kern van de zon is ongeveer 15 miljoen graden Celsius. Niet alle zonnestralen bereiken de aarde, het grootste gedeelte wordt door de atmosfeer teruggekaatst of opgenomen.

Deze milieuvriendelijke energiebron wordt steeds vaker gebruikt om bijvoorbeeld water op te warmen. Zonnecollectoren vangen de warmte en het licht van de zonnestralen op. Met behulp van foto-elektrische cellen kan zonne-energie omgezet worden in elektriciteit. Deze techniek wordt vaak toegepast op rekenmachines om batterijen te vervangen.

Windenergie
Doordat de zon niet alle plekken op de aarde even warm maakt, zijn er temperatuurverschillen. Hierdoor ontstaan er warme en koude luchtstromen. Warme lucht is lichter dan koude lucht, waardoor drukverschillen en draaiingen ontstaan. Dit heet wind.

Zeker in ons land heeft wind vroeger een hele belangrijke rol gespeeld, denk maar aan de molens waarmee graan werd gemalen, polders droog gelegd werden of hout mee gezaagd werd. Ook de zeilschepen van de VOC voeren met wind in de zeilen naar bijvoorbeeld Azië.

Tegenwoordig wordt de wind gebruikt om energie op te wekken met behulp van windmolens, ofwel windturbines. Deze windturbines staan meestal in rijen in een open gebied, zodat ze zoveel mogelijk wind vangen. In open gebieden waait het harder en is er dus meer energie te verkrijgen.

Waterenergie
Water beweegt, het stroomt. Dit komt door de waterkringloop. Zeewater wordt door de zon verwarmd, waardoor een gedeelte verdampt en stijgt. De vochtige lucht verandert in wolken. De wolken trekken landinwaarts en komen bij koudere gebieden, zoals bergen, in de vorm van regen naar beneden. De rivieren brengen het regenwater vervolgens weer naar de zee terug. Hierdoor ontstaat stroming. Waterkracht werd vroeger al gebruikt bij het malen van graan en het zagen van hout.

Tegenwoordig wekt men energie op met waterkrachtcentrales, in de vorm van stuwmeren. Door een grote hoeveelheid water achter een dam op te slaan, ontstaat er een grote druk. Deze druk kan, door middel van molens, omgezet worden in elektriciteit.

Biomassa-energie
Bij biomassa energie maak je gebruik van organisch materiaal als energiebron. Je kunt dus bijvoorbeeld planten als energiebron gebruiken door ze te verbranden. Hierdoor ontstaat er warmte en elektriciteit. Veel Nederlanders scheiden hun afval. Veel Nederlanders scheiden hun afval. Het is de bedoeling dat Groente-, Fruit- en Tuinafval (GFT) weer composteert. Door deze beschimmeling en verrotting komt warmte en dus energie vrij. Ook dit is biomassa-energie.

Biomassa energie is niet helemaal milieuvriendelijk. Bij de verbranding komen er schadelijke stoffen, als kooldioxide en roet, vrij. Deze uitstoot is wel vele malen minder dan de uitstoot bij de fossiele brandstoffen.

 

 

Zeeland Refinery